Niels Bijl
English

Pers «

« Terug

Zijn enorme talent als musicus

kwadratuur, 01 September 2011

Een beetje scepsis is wel op zijn plaats bij de nieuwste cd van saxofonist Niels Bijl. Zijn eerder werk omvat interpretaties van Johann Sebastian Bach en Robert Schumann, naast uitvoeringen van muziek van Max Reger en Alexander Glazunov. Laatstgenoemden liggen meer voor de hand, gezien ze nauwer aansluiten bij onze tijd, waarin de saxofoon als instrument eigenlijk min noch meer dan een evidentie is. Voor oudere componisten ligt dat echter niet zo gemakkelijk: als luisteraar is men dikwijls zodanig gewend aan een bepaald timbre, dat een transcriptie als ruis in de oren kan klinken. Zeker omdat tussen piano of cello en saxofoon nu eenmaal een klankwereld van verschil zit, die men niet zomaar kan overbruggen.

Niels Bijl overwint de mogelijke valkuilen echter met gemak. Of hij nu virtuoze hedendaagse muziek brengt of klassieke partituren speelt met een lange uitvoeringstraditie, altijd getuigt zijn zachte toon van de eenvoud waarmee hij de halsbrekende toeren op zijn instrument weet uit te voeren. De korte, karaktervolle stukjes van Alexander Scriabin en Gabriel Fauré zijn hier vooral tussengevoegd als mooie curiosa, tussen de langere werken door, waarin Bijl meer een verhaal kan ontwikkelen. In de 'Arpeggione'-sonate van Franz Schubert betoont hij zich vooral een romanticus, zonder daarbij in zeemzoeterigheid te vervallen. Hoewel de saxofoon uit zichzelf sneller neigt naar pathetische effecten, zijn die bij Bijl amper terug te vinden.

In de twee hedendaagse werken 'The Devil and the Deep Blue Sea' (van de eigentijdse componist Folkert Buis) en 'Dienda' van Kenny Kirkland (waarvoor Bijl zich overigens inspireerde op jazzmusicus Branford Marsalis) kan Bijl tonen dat hij ook in pittiger, toegankelijker en swingender saxofoonspel zijn weg vindt. Het sprekend gemak waarmee hij zich een weg baant doorheen tal van stijlen, pleit voor zijn enorme talent als musicus. Dat 'Mozaik' (want dat is de toepasselijke naam van dit album dat ineens heel veel stijlen exploreert) daarnaast ook gewoon een heerlijke luisterervaring te bieden heeft, betekent dat Bijls opzet zonder meer geslaagd is. Daar dragen ook de schitterende begeleiders toe bij. Hans-Erik Dijkstra, Maaike Bosscher en Rob Horsting volgen Bijl in zijn slinkse uitvoeringen en tonen zich stuk voor stuk als oerdegelijke sfeerscheppers.

Men kan uiteraard de noodzakelijkheid van een cd als deze in vraag stellen. Is de 'Arpeggione'-sonate niet mooi genoeg op het instrument waarvoor het oorspronkelijk geschreven is? En geldt dat ook niet voor de werken van Fauré en Scriabin? Ontstaat een cd als deze niet uit frustratie dat er zo weinig authentieke saxofoonmuziek werd en wordt geschreven? Misschien, maar zoals gezegd hebben de oren niet te lijden onder Bijls spel en Dijkstra's (en Bijls) schitterende transcripties en arrangementen, dus waarom zou 'Mozaik' er dan niet mogen zijn? Een mooie opname, die niemand noodzakelijk moet aanschaffen, maar die men evenmin uit de weg moet gaan.