Niels Bijl
English

Pers

Terug

Oorstrelende Kamerjazz

01 Januari 2018

Moet jazz altijd ge?mproviseerd zijn? Al vele jaren heb ik een dubbel-cd in mijn bezit met voor het vocale ensemble L.A. Voices uitgeschreven improvisaties van Charlie Parker en als d?t geen jazz is? Op deze avond, gelijk al sfeervol door de ?overdwars? opstelling werd deze vraag als bijna retorisch met ?nee? beantwoord. Ironisch genoeg was de enige niet-strijker (lees: houtblazer) saxofonist Niels Bijl klassiek geschoold en waren juist de strijkers -het ensemble Quinetique- uit de jazzscene afkomstig.

Denken in hokjesgeest werd genadeloos afgestraft, want hier werd gewoonweg beregoed muziek gemaakt. Muzieknotatie hoeft geen wissel te trekken op spontaniteit, zo werd hier in twee sets glashelder bewezen. Niet alleen alle musici waren van een zeer hoog plan, ook alle gespeelde composities stonden kwalitatief op een bijzonder hoog niveau. Hofleverancier van deze avond was Katharina (voor vrienden Tini) Thomsen, die maar liefst vier composities had aangeleverd: Jo?s world, Last minute blues, Tangorelia (geschreven voor het Aurelia saxofoonkwartet) en Boothing out. Elk stuk had een eigen karakter, met telkens weer verrassende muzikale elementen. In Angel of insanity, van violiste Vera van der Bie, viel ineens op hoe de tenorsax en de cello in elkaars verlengde liggen. Ditzelfde effect ervoer ik later bij Niles Smiles, een welhaast neo-impressionistische compositie van oud-Ensched?er Jan Menu, waarbij de tenorsax en de altviool zo mooi naar elkaar toe kleurden. Over regiogenoten gesproken: de in de zaal aanwezige Rob Horsting was verantwoordelijk voor twee composities die klonken aan weerszijden van de pauze: Sonata in F major en zijn bewerking van Liszt?s 2e Hongaarse Rhapsodie. Horstings werk werd en passant nog even geprezen, want menige uitvoerende muzikant is van mening: Rob? Dan is het top!
De finale was andermaal voor Katharina Thomsen en dat bleek een regelrechte uitsmijter: Boothing out, vol ritmische pulsen en andere verrassingen en dermate syncoperend dat zelfs de grootste zwartkijker deze muziek wel al volbloedig jazz moest kwalificeren.
Nog een voetnoot: alle fraaie noten die de saxofonist aan zijn instrument ontlokte hadden nog een historische betekenis, want Niels Bijl vertrouwde mij na het concert toe dat dit instrument had toebehoord aan niemand minder dan zijn leermeester Willy van Diepen?.